Dag 2. Winter in Antananarivo
Na een korte nachtrust gaan we op verkenning in de buurt rond het sfeervolle
hotel. Antananarivo blijkt een mooie kleurrijke stad vol statige (maar
vervallen) koloniale huizen, smalle steegjes met pleintjes en wijdse uitzichten
over volgebouwde heuvels. Er wonen in deze regio zes miljoen mensen, veertig procent
van het volledige inwonersaantal van Madagascar. Ons hotel ligt waarschijnlijk
in een goed deel van de stad want de mensen op straat gaan keurig gekleed
en dragen aktetasjes. Opvallend is dat veel mensen dikke winterjassen
dragen en soms zelfs wollen mutsen op hun hoofd hebben. De winter is pas
aangebroken in dit deel van Madagascar, maar het is nog altijd 25 graden!
Hadden we zulke winters maar in Nederland.
 |
| uitzicht op weg naar Antsirabe |
Rija verschijnt keurig op tijd en blijkt een zelfstandige toeroperator
te zijn. Hij laat een dikke rode map vol aanbevelingen van andere
toeristen zien en toont zijn vergunningen. We bekijken een aantal
van zijn tours en ontdekken dat die vrijwel alle gedeeltes van
het land dekken die wij op voorhand van plan waren te bezoeken.
We waren van plan om die gebieden zelf te bezoeken, maar een
privé chauffeur is wel zo prettig en
bovendien scheelt het ons het nodige geregel. Na wat overleg
en ge-onderhandel over de prijs boeken we een toer van 15 dagen.
We zullen het westen, zuiden en oosten van Madagascar zien.
Toch moet er nog het nodige worden geregeld eer we eindelijk op pad gaan.
We bezoeken de bank om geld te wisselen, het vliegveld om een tussenvlucht
te boeken die vol bleek vol te zitten en we zien Rija's huis, waar hij
zijn bagage ophaalt. We ontmoeten er zijn moeder, zijn schoonzus, zijn
vrouw, zijn puppies en zijn één week oude zoon Masoandro *
Tegen de middag kunnen we eindelijk vertrekken en gaan op weg
naar Antsirabe. Het zou een rit moeten zijn van drie uur, maar
die duurt natuurlijk veel langer door de diverse (foto)stops
die we maken. Het wordt ons nu ook met eigen ogen duidelijk
waarom Madagascar het rode eiland wordt genoemd; op het gras
na is alles rood. De grond is rood, de bakstenen huisjes zijn
rood en de kleren van sommige mensen worden daarom ook vanzelf
rood. We zien een weids landschap van helgroene rijstvelden
in glooiende, maar kaalgeslagen heuvels, en overal zijn pittoreske
dorpjes. Het doet ons eerder denken aan een combinatie van Indonesie
en Corsica, dan aan Afrika.
 |
| pousse pousse |
Eenmaal in Antsirabe vinden we al gauw een charmant, schoon
en goedkoop hotel; Le Retrait. Het is inmiddels donker
en Rija brengt ons naar een restaurant met de fraaie naam Razafimamonjy,.
We eten er uitgebreid voor 7 hele euro's.
Antsirabe staat bekend om de Pousse-Pousse, de Malagash variant
op de Riksha, oftewel de fraai beschilderde houten loopwagens.
Dáár
willen we natuurlijk mee terug naar het hotel! Dus klimmen we
samen - voor de voor ons bedongen basisprijs van 50 eurocent
- in de Pousse Pousse. De arme man neemt de kar, met 130 kilo
aan passagiers, in de arm en brengt ons terug naar het hotel.
Let wel, hij doet het rennend, heuvel op en
op blote voeten! Had de beste man tanden gehad dan zou hij ze
hebben blootgelachen wanneer we met hem het dubbele van de afgesproken
prijs afrekenen.
Voor ons hotel staat inmiddels een volgende Pousse Pousse klaar.
De eigenaar stelt zich voor als Pascha, nummer 1. Hij zal morgenochtend
op ons wachten. We hebben morgen geen Pousse Pousse nodig, dus
nemen we ons voor, in plaats gebruik te maken van zijn diensten,
hem een splinternieuw wit T-shirt kado te geven. Gezien de staat
van zijn outfit waarschijnlijk een betere beloning dan die 50
cent.
(*) Masoandro is het Malagash woord voor 'zon' en
betekent letterlijk "Eye of the day"
|