Dag 5. Verwoestende Cycloon
Na een opvallend goede nachtrust in de te krappe tent waar mijn voeten
zo'n 20 centimeter uit staken en een ontbijt met sterke koffie, zitten
we tegen 8 uur weer bepakt en bezakt in de pirogue om ons avontuur voort
te zetten.
Het landschap is op slag veranderd; de kale heuvels hebben
plaats gemaakt voor stukken weelderige begroeiing. Nu doorkruizen
we het domein van de lemuren, de inheemse mangoesten en de
mysterieuze vleeseter Fossa.
De verwoestende uitwerking van de cycloon wordt hier steeds
duidelijker zichtbaar. Overal langs de oevers liggen bomen
als geknakte luciferhoutjes tegen de vlakte gesmeten. De omgeving
wordt ruiger en begint meer en meer te voldoen aan het beeld
dat hadden van Madagascar.
We meren aan aan bij een oever van wit zand omzoomd met dichte wouden
en we lopen naar een piepklein dorpje met vijf palmbladeren hutjes. Rija
vertelt ons dat deze mensen hun hele hebben en houden hebben verloren
na de storm. Hij brengt ze daarom eten, een flinke zak Casava. Er zijn
drie kleine kinderen bezig met het malen van iets wat lijkt op graan.
De ouders zijn nergens te bekennen, zij zijn waarschijnlijk in de bossen
of langs de oevers op zoek naar voedsel. We geven de kinderen wat speelgoed
zoals een strandbal en een voorraadje uit Nederland meegenomen kinderkleding.
Ze trekken het gauw aan zien er piekfijn uit en zijn trots als een pauw
op hun nieuwe outfit.
 |
| mr.Langa |
Terug bij de rivier zien we een man die een krokodil vasthoudt
aan zijn staart, die hij zojuist heeft gevangen en gedood.
Ik zie ook de leeg gegeten schil van een schildpad in het zand
liggen. Heel triest allemaal, maar ook wel begrijpelijk; zeker
wanneer je in een gebied leeft dat alleen per boot bereikbaar
is en pas door een cycloon is getroffen. Hier telt maar één
ding; overleven. Een bedreigd diersoort is wel het laatste
waar je je dan druk om maakt.
We verlaten de mensen en slaan af naar de 'gorge'. Nu zijn
we echt in de jungle beland. Links en rechts niets anders dan
ondoordringbaar oerwoud. We komen uren niets of niemand tegen.
Dan zie ik ze ineens; Sifaka's! De lemuren slingeren acrobatisch
door de bomen langs de oevers en houden af en toe halt om ons
nieuwsgierig te begluren. Ze zijn gemakkelijk te zien met hun
witte vacht; ze hebben geen natuurlijke vijanden en dus ook
geen schutkleur nodig.
We zakken verder af in de spectaculaire kloof en Rija ontdekt een troep
bruine lemuren. We meren gauw aan en klauteren het dichte woud in om de
zeldzame beesten van dichtbij te bekijken. De oevers liggen bezaaid met
versteende schelpen; blijkbaar is dit lang geleden een oceaan geweest.
De lemuren jacht vereist een behoorlijke inspanning. De zon schijnt genadeloos
en het zweet gutst in stralen langs mijn gezicht. Ik schat de luchtvochtigheid
hier op 100%.
 |
| zwemmen! |
Tegen de middag bereiken we de plek waar we zullen lunchen. Hier komt
een blauw beekje uit het bos wat we stroomopwaarts volgen tot we een prachtige
waterval bereikten. Dankbaar plonsen we in het heerlijk verkoelende water.
Rija heeft zeep meegebracht en zodoende kunnen we ons eindelijk wassen.
Na heerlijk langdurig badderen worden we geroepen; het eten is klaar.
Beneden staat een zeiltje al gedekt met een grote pan smaakvolle pasta.
Wat hebben we het toch goed als toerist!
We vervolgen onze weg in de kano en vergapen ons urenlang aan
de weelderige natuur. Tegen zessen, wanneer de zon al onder
is, is het tijd ons kamp op te slaan. Deze plek is groener
dan die van gisteren, in de verte horen we de roep van lemuren
echoën. Plots klinkt er een gesmoorde doodskreet van achter
een heuveltje; mr Langa heeft de kippen eindelijk uit hun lijden
verlost. Zo zitten we wat later aan de kip met patat. Tot mijn
teleurstelling smaken ze pezig en taai. Zo'n lijdensweg, en
dan maar half opgegeten worden: een ondankbaar lot voor de
arme kippen.
|