1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 7 | 8 | 9 | 10 | 11 | 12 | 13 | 14 | 15 | 16 | 17 | 18 | 19 | 20 | 21 | 22 | 23 | 24

Dag 6. Zebu's en Baobabs
Kijken naar de Vazaha's

Zodra de zon opkomt kruipen we de tent uit. Een stuk of twintig kinderen zitten ons in een lange rij zwijgend te bekijken. Ik vraag me af hoe lang ze daar al zitten. Een van hen heeft een bruine lemuur aan een touwtje op zijn schouder. Zielig natuurlijk en ik probeer het tafereel te negeren, maar ik kan de verleiding niet weerstaan en al gauw vind ik het beest op mijn hoofd waar het enthousiast met zijn ruwe tong aan mijn nek begint te likken waarbij het allerlei kreetjes uitslaat. Zou het de muggenmelk zijn die hij lekker vindt?

Rija vertelt ons dat de mensen hier normaal gesproken voldoende te eten hebben maar dat ook zij veel kwijtgeraakt zijn door de cycloon. Nu hebben ze het dus moeilijk. Rija geeft ze daarom het eten van de vorige dag (de kip, toch nog goed besteed) en een aantal stokbroden. Wij hebben nog een pak crackers. Ik heb mijn arm nog niet uitgestoken of het pak verdwijnt in een joelende meute van kinderen. Als de stofwolk is opgetrokken zijn de crackers verdwenen en liggen de kinderen buitelings overelkaar heen op de grond. We besluiten het nu wat beter te organiseren en laten de kinderen netjes opstellen in een rij van twintig. Ze houden hun handen op en ik geef ze één voor één een pepermuntje. Zoiets hebben ze natuurlijk nog nooit geproefd; ze kauwen er onwennig op. Maar zo te zien is het wel erg lekker.

oevers van de Tsiribihina

Tegen 8 uur beginnen we aan ons laatste deel van de riviertocht, nog zo’n vijf uur stroomafwaarts. Er is weinig te zien dus zwaaien we naar de mensen langs de oevers die allemaal enthousiast terug zwaaien. Rija vermaakt ons met verhalen. Hij vertelt over een paar jongens die ooit van Madagascar naar Jamaica wilden varen in een pirogue vol marihuana, 13.000 kilometer verderop, om de begrafenis van Bob Marley bij te wonen. Al rokend werden ze na 10 kilometer al door de politie opgepakt.

In deze streek is het fady is om kippen aan boord te hebben. Het brengt ongeluk en de boot zal zinken. Gelukkig zijn onze kippen al opgegeten!

De natuur verandert langzaam aan en wordt weer wat spectaculairder. Links en recht steile kliffen begroeid met oerwoud, maar het er ziet er toch anders uit dan voorheen. Na nog wat uren roeien komen we eindelijk aan waar we moeten zijn.

Terwijl Rija onze lunch bereidt nemen wij afscheid van mr. Langa, die werkelijk kei- en keihard had gewerkt de afgelopen dagen en nu aan zijn 14-daagse terugtocht moet beginnen. We stoppen hem wat geld toe en schudden zijn hand. Hij kan het geld vast goed gebruiken, want hij heeft tien kinderen om te onderhouden.

We zien een fel groen gekleurde kameleon (eindelijk!) en in de schaduw van een boom nuttigen we onze lunch. Het is weer een drukte van belang om ons heen. Ook nu zijn we weer een bezienswaardigheid. We nemen een paar happen van ons eten en geven het dan aan de kinderen. Ze eten het met blije gezichten in no-time op. De vette pasta moet een welkome afwisseling op de eeuwige rijst zijn geweest.

4

Onze tocht gaat verder per Zebu-kar. Die stond bij aankomst al gereed maar het inladen duurt nogal. We besluiten daarom vast vooruit te lopen. Ver komen we echter niet; na vijf minuten lopen verandert het pad in een rivier. We wachten daarom maar op de kar, en die verschijnt na een paar minuten. Het is een houten wagen voorgetrokken door twee zebu's, voorzien van onze bagage en een languit liggende Rija. We klimmen erop en al gauw dondert de halve kar uit elkaar en moet er een noodreparatie worden uitgevoerd. De kar zakt meermaals een meter diep weg in de modder en de arme zebu's moeten flink worden afgeranseld om de zware last te trekken.

Wat verderop moet er een rivier worden worden overgestoken waarbij we de bagage hoog boven ons moeten houden in een verwoede poging de boel droog te houden. Comfortabel vervoer is anders! Vorige week stond het water nog veel hoger, volgens Rija.

We passeren een piepklein dorpje met hutjes van palmbladeren en uit alle hoeken en gaten kruipen kinderen om ons te bekijken. Het is hier allemaal zeer primitief. Deze plek die is nauwelijks bereikbaar is en een lege plastic fles is hier al iets bijzonders. Het is dan ook moeilijk voor te stellen dat we vanavond in een heus hotel zullen slapen. Er is ons zelfs koud bier in het vooruitzicht gesteld!

De weg is opgedroogd en zo sjokken we achter de zebu-kar aan. Overal waar we gaan lopen de onvermijdelijke kinderen in tientallen achter ons aan. Om ons heen staan reusachtige baobabs. Kinderen drijven hun zebukuddes over het stoffige pad, wat door de lage zon in een mysterieuze goudgele gloed is gehuld. Als we een tweede dorp bereiken, wat ook uit niet meer dan een zandpad met palmbladeren hutjes bestaat, lijkt het daar het leven even volledig tot stilstand te zijn komen. Alle mensen groeten ons en er zijn veel, heel veel kinderen. Het lijkt of ik wel duizend stemmen 'salama vazaha!' hoor roepen. Iedereen vraagt onze naam of wil op de foto. Het lijkt wel of we filmsterren zijn!

Op weg naar huis met de Zebu's

Tot mijn verbazing blijkt er inderdaad zoiets als een hotel te zijn. Hier, in deze middle of nowhere, is een door houten palen omringd terrein met daarop houten bungalows. In het midden bevindt zich een terras wat rond een gigantisch dikke baobab is gesitueerd. We krijgen hutje nr. 1 toegewezen. Verder is hier natuurlijk helemaal niemand. De kinderen blijven, duidelijk geïnstrueerd, op afstand buiten de poorten, maar blijven door de palen heen proberen onze aandacht te trekken.
Met veel kabaal wordt er een generator aangeslingerd en er floept zowaar een peertje aan. Er blijkt ook een gemeenschappelijke douche te zijn, voorzien van een emmer met daarin het welbekende bruine rivierwater.

Het is inmiddels donker en er cirkelen ontzagwekkende insecten - formaat ruimteschip - rond het licht om maar niet te spreken van de vele andere ondefinieerbare beesten. Uit het barretje, waar men inderdaad over redelijk koud bier blijkt te beschikken, knalt onophoudelijk Malagash muziek. Het staat zo hard dat er niets anders dan overstuurd gekraak en gebonk overblijft. Rija legt ons later uit dat dit de plaatselijke bioscoop is en dat de muziek afkomstig is van Malagash films. De dorpelingen kunnen hier tegen betaling van 1000 francs (10 cent) films komen kijken.

We delen ons bier met de eigenaar van de zebu kar en ik knoop met mijn steenkolen-frans een gesprekje met hem aan. Hij zegt dat hij het erg koud heeft; terwijl wij ons halfdood zweten draagt hij een dikke trui! Voor het avondeten kunnen we kiezen uit 2 maaltijden; rijst met tamme eend of rijst met wilde eend. We kiezen voor het tweede. De honden zullen ons vandaag de dag nog steeds dankbaar zijn voor de botjes die we ze voeren.




previous  next

1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 7 | 8 | 9 | 10 | 11 | 12 | 13 | 14 | 15 | 16 | 17 | 18 | 19 | 20 | 21 | 22 | 23 | 24

All content on this website is ©2004-2008 www.8thcontinent.nl
Nothing may be reproduced without written permission.