Dag 7. Op Weg Naar Morondave
 |
| Traditionele graftombe |
Na het ontbijt dat bestaat uit rijstpannekoeken met honing en Koffie à la Riviere (overgeslagen) staat er een 4WD voor ons gereed om ons naar Morondave te brengen. Het is een rit van bijna 6 uur. De weg erheen staat welliswaar als officiele route op alle kaarten maar is niet meer dan een zandpad, vandaar deze lange reistijd voor een afstand van slechts 160 kilometer.
Bij het eerste dorpje waar we stoppen nuttigen Rija en de chauffeur een maaltijd van gedroogde vis, maar wij laten ons oog vallen op een schaal met iets wat lijkt op, jawel, oliebollen. Voorzichtig proberen we er een en ze blijken exact zo te smaken. Het enige wat ontbreekt zijn de krenten. We nemen er gelijk een paar mee voor onderweg en rekenen daar 10 eurocent voor af.
Weer onderweg komt er een rokende vrachtwagen voorbij met een
hoop mensen en een gigantisch pak bagage op het dak. 'Taxibrousse'
zegt Rija, wat bushtaxi betekent. Dat wordt dus ons vervoersmiddel
voor morgen. We slaan de Lonely Planet open en lezen dat de
rit met de taxibrousse van Morondave naar Antsirabe, waar wij
dus naar toe moeten, 15 uur in beslag neemt. Je vertrekt ‘s
middags en komt de volgende ochtend aan. We krabben even achter
ons oor en besluiten de comfortabele 4WD ook maar gelijk voor
de rit van morgen te charteren.
 |
| Avenue
de Baobab |
We passeren de Avenue de Baobab, de meest gefotografeerde plek van Madagascar. Het rode zandpad met aan weerszijden kolossale baobabs levert een prachtig aanbeeld en is inderdaad zeer fotogeniek.
Vandaag is het zondag, kerk-dag en daarom gaan de meeste mensen
mooi gekleed. Zelfs Rija heeft vandaag een keurig overhemd aan.
In een dorpje waar we stoppen worden we verwelkomd door een
priester en gluren we bij de kerk naar binnen waar harmonieuze
zang klinkt. Het is merkbaar dat we weer in de buurt van een
stad van betekenis komen: de mensen beschikken hier over zaken
als fietsen en auto's. Rija kan zelfs weer mobiel telefoneren,
tot hilariteit van de kinderen die hem imiteren door 'allo'
te roepen in een denkbeeldige telefoonhoorn.
Uiteindelijk komen we aan in Morondave. Alles is hier dicht en het oogt verlaten. De stad ligt aan het kanaal van Mozambique, dus zoeken we een hotel aan zee. We komen bij een stel welliswaar riante, maar vervallen bungalows. Als we de achterdeuren van ons huisje open slaan zien we een terras met daarachter wit zand en zee, dus checken we in, voor 10 euro. Later ontdekken we waarom ze hier weinig aan onderhoud doen; de bungalows naast ons zijn half ingestort, verzwolgen door de zee dier hier elk jaar meer land schijnt in te pikken. Tel daarbij de de cycloon van vorige maand op.
Nadat we een prachtige zonsondergang zien eten we bij het restaurant om de hoek gegrilde gamba's, tien stuks voor twee euro. Ik heb ze zelden lekkerder gegeten !
|