Dag 9. Mora Mora
 |
| Op weg naar Ambositra |
Vandaag proberen we onze travellercheques -coupures van 100
euro die nergens geaccepteerd worden- te verzilveren. Elke bank
beschikt over zijn eigen regels. Bij de ene is het officiele lijstje
met chequenummers vereist, een ander wisselt welliswaar 100tjes,
maar niet meer dan 1 per persoon per dag. Uiteindelijk blijkt
de Banc of Africa alles te kunnen wisselen, maar dat zal de hele
dag duren. Het gooit wat roet in het eten qua planning maar het
biedt ons wel de gelegenheid op ons dooie akkertje Antsirabe te
verkennen. Dit is een hele plezierige stad. We wandelen langs
het vulkanische meer Andraikiba, eten croissantjes bij de boulangerie
sturen ansichtkaarten en emails aan het thuisfront. Hier zien
de mensen er aziatisch uit en het klimaat is aangenaam. Wel zijn
er veel bedelaars.
Rija neemt vandaag afscheid. We schrijven voor hem een aanbevelingsbrief
die indezelfde rode multomap gaat als die wij onder ogen kregen
toen we arriveerden. We zullen de tocht voortzetten met Dyna,
de allervriendelijkste chauffeur. Met hem besluiten we naar
Ambositra te gaan (spreek uit amboesjtr), zo'n twee uur rijden
van hier. Morgenochtend vroeg vertrekken we dan naar Parque
National de Ranomafana, een van de laatst bewaarde regenwouden
vol zeldzame dieren.
 |
| Geld ! |
Maar eerst moeten we terug naar de bank. Die blijkt van 12
tot 2 gesloten, wat direct verklaart waarom het allemaal zo
lang duurt. Er staat een flinke meute mensen te wachten die
zich allemaal tegelijk naar binnen wringen zodra het hek open
gaat. Netjes in een rij wachten kennen ze hier niet. Privacy
ook niet, want de bank bestaat uit één lange balie
waar mensen nieuwsgierig kijken naar de reusachtige stapels
bankbiljetten die van eigenaar wisselen. Ook als wij aan de
beurt verdringen mensen zich achter ons en staan op hun tenen
om te kijken hoeveel geld we wel niet krijgen. We proppen al
het geld in een tas en lopen gauw naar de auto. Als de tas open
op de achterbank ligt, uitpuilend met stapels biljetten, lijkt
het of we net de bank hebben beroofd.
We kopen gauw nog een stokbrood met een blok lokale kaas (die overigens erg lekker is) en gaan op weg. Het landschap is prachtig met pittoreske dorpjes tegen glooiende heuvels aangebouwd. Dit is duidelijk een rijkere streek, Ze bestaan allemaal uit mooie degelijke huizen en elk stadje beschikt over maar liefst twee kerken; een protestantse en een katholieke.
De natuur is ook helemaal anders; we zien naaldbossen met rivieren en watervallen en weelderig begroeide oevers vol gele, paarse en witte bloemen. Overal reusachtige rotsblokken en overal die dorpjes, waar mensen gekleed gaan in kleden en manden op hun hoofden dragen. het is hier veel van alles doorelkaar!
We bereiken tegen zonsondergang Ambositra, een stad met nauwe, drukke straten met gebouwen van hout of rood steen. In een iets rustiger deel betrekken we een riante bungalow vol versierd hout, gouden toiletrolhouders en een imposante parketvloer, voor de prijs van 12 euro.
Wanneer we 's avonds terugwandelen vanaf het restaurant zien we een uil zitten. Het dier houdt ons -met één oog- nauwlettend in de gaten en gaat telkens als we te dichtbij komen ergens anders zitten. De uil schijnt gaandeweg te beseffen dat we geen kwaad in de zin hebben want uiteindelijk laat het ons naderen tot zo'n 40 centimeter afstand, en schieten zo mooie plaatjes.
|