Dag 10. Primair Regenwoud Ranomafana
 |
| Ambositra in de ochtend |
Direct na het ontbijt gaan we op weg richting Ranomafana. Het eerste deel van de weg is in redelijke staat en gaat zigzaggend door de bergen. Overal lopen zebukuddes op de weg en hun eigenaren stappen nonchalant uit de weg op het allerlaatste moment, na aanhoudend getoeter. Op een bepaald punt staat een vrachtauto langs de weg, zoals we wel vaker zien, maar hier staan ineens 8 mensen gewichtig te instrueren hoe we de wagen links moeten passeren. Maar twintig meter rijden we haast over een stel wegwerkers heen, die zonder enige waarschuwing midden op de weg met een meetlint bezig zijn.
 |
| Taxi Brousse |
Voor ons rijdt een doorgezakt Japans busje, waar alle ramen
uitliggen die zijn vervangen door plastic zeilen. De achterklep
slingert vervaarlijk heen en weer, er zit een immense lading bagage
op het dak vastgesjord en er zitten minstens 15 mensen in. Zelfs
Dyna moet er om lachen.
Onderweg stoppen we even om het stokbrood met kaas van gisteren op te eten en er rijden kinderen met houten karretjes vol takken in een duizelingwekkende vaart naar beneden.
Bij de entree van het park -dat wil zeggen, het begin van de
32 km lange weg vol gaten ernaar toe - worden we staande gehouden
door de gendarmerie. De man gekleed in een legerpak vraagt Dyna
om zijn papieren en contract van onze toer, wat eerder door
Rija was opgesteld. Hij neemt zeker vijf minuten de tijd om
het document te bestuderen en begint problemen te maken; we
mogen er niet door. Het bezoek aan Ranomafana staat namelijk
niet met naam genoemd in het contract. Het is voor ons opnieuw
een staaltje van onbegrijpelijke bureaucratie en het kost Dyna
een hoop overredingkracht de man zover te krijgen ons toch door
te laten. Bij de entree krijgen we een gids toegewezen en beginnen
we een wandeling van drie uur door het regenwoud.
 |
| Ranomafana |
Hier in Ranomafana is nog niet zo lang geleden, in 1989, een nieuw diersoort ontdekt; de gouden bamboelemuur. Het dier komt alleen op deze plek van de wereld voor en werd zo zeldzaam en bijzonder geacht dat zijn leefgebied prompt tot nationaal park, en dus beschermd gebied, werd gebombardeerd. Onderzoekers en biologen uit de hele wereld doen hier onderzoek naar de diverse inheemse planten en dieren.
Des te triester is het dat de Tanala stam die in dit gebied
leeft (er zijn 18 stammen in Madagascar) er een foute methode
op na houdt genaamd Tavy, oftewel slash & burn,
platbranden dus. Dat doen ze om gewassen te kunnen kweken en
zebu's te laten grazen. De schade is hier goed te zien. We zien
veel kale plekken met zwartgeblakerde boomstammen. Tavy werkt
natuurlijk averechts; na een paar keer is de grond uitgeput
en geërodeerd en trekt men naar een volgend gebied, waar
het ritueel zich herhaalt. Dit verklaart waarom er nog maar
19% van de regenwouden van Madagascar over is. De nieuwe regering
werkt inmiddels aan preventie maar schijnt slechts moeizaam
vooruitgang te boeken Gelukkig is het grootste deel van Ranomafana
nu beschermd tegen Tavy.
 |
| slapende Wooly Lemurs |
We banen ons een weg door het prachtige woud. We zien planten
als wilde koffie en gember en er zijn woeste watervallen. Onze
gids maakt knorrende en kwakende geluidjes om dieren te lokken.
Na een tijdje ben ik het die het eerste dier ontwaart; ik zie
een pluizig bolletje in een boom zitten. We worstelen door de
begroeiing heen om dichter bij te komen. Het is de grote bamboelemur.
Hij kijkt ons aan, duidelijk gestoord in zijn middagdutje.
We worden die middag veelvuldig beloond want we zien maar liefst vijf soorten lemuren, waaronder dus die zeldzame gouden bamboelemuren, in grote getale en van heel dicht bij. We zien diverse bruine lemuren en uit de kluiten gewassen zwart-witte Sifaka's. Ook ontdekt onze gids de Wooly Lemur; een nachtdier. We zien ze met z'n vieren knus in een boom tegen elkaar aan slapen, met de ogen open. De temperatuur is aangenaam en het regent zachtjes. We snuiven de geuren op van het woud. Als de gids tenmiste niet voor ons loopt, want die verspreidt zo zijn eigen geur en die is wat minder aangenaam.
Dyna wacht al op ons, hij poetst zijn auto, en we beginnen
de hobbelweg terug om tegen de avond in Fianarantsoa aan te
komen. Het regent flink, wat overigens normaal is in deze hoger
gelegen streek. De stad oogt vies en somber maar we belanden
bij een sjiek hotel met geuniformeerde portiers en een kamer
met een ligbad, voor 15 euro.
|