Dag 17. De Roep van de Indri Indri
 |
| Indri Indri |
Vroeg in de ochtend maken we ons op voor een volgende wandeling door het regenwoud. Het was eigenlijk de bedoeling het nabijgelegen en minder druk bezochte Mantadia reservaat te bezoeken, maar dat laat ons tijdsschema niet toe. Dit reservaat staat hoofdzakelijk om één ding bekend. Madagascar's antwoord op de reuzenpanda, de zwart-witte teddyberen met het formaat van het bovenlijf van een mens: de Indri Indri. Deze vriendelijke planteneters, de grootste lemurensoort, komen nergens anders ter wereld voor maar hier zijn ze vrij eenvoudig te zien.
Het regenwoud ligt er dampend bij na de regen van gisteren
en is gehuld in mysterieuze nevels. Na een tijdje lopen door
het vochtige woud horen we de
roep van de Indri Indri. Het heeft in de verte iets weg
van het geluid dat dolfijnen maken. We betreden hun territorium
en zien er al gauw een stuk of vijf: eerst hoog in de bomen
maar dan steeds dichterbij. Ze gluren ons stoïcijns aan met
hun teddyberen gezichten. Wanneer er eentje vlak boven ons een
keel opzet merken we pas wat een oorverdovend lawaai ze kunnen
produceren. Onze oren doen er pijn van. We bekijken de beesten
ruim een uur maar er verzamelen zich steeds meer toeristen,
dus gaan we weer op pad.
 |
| giraffe kever |
Onze gids vertelt ons over de Aye Aye, een mysterieuze en uiterst zeldzame nachtlemuur die door veel locals wordt verafschuwd. Veel geloven dat het dier direct moet worden gedood indien het wordt gezien. Het heeft een afschrikwekkend uiterlijk met een bizarre, extreem lange E.T achtige vinger waarmee het insecten uit schorsen peutert. Toen het dier honderd jaar geleden werd ontdekt en gevangen werd genomen werd het getoond aan de dorpelingen. Zij deinsden geschrokken en vol afgrijzen achteruit en riepen “Ai! Ai!”. En daar heeft het beest vandaag de dag nog altijd zijn naam aan te danken, aldus de gids. Het enige wat wij van de Aye Aye zien is een stuk uitgelepelde schors. Het dier wordt maar hoogstzelden waargenomen.
Bij toeval ontdekken we nog een prachtige, grote Parson’s
kameleon en zien we een reusachtige pissebed, zo'n 10 cm lang
en 4 cm breed. Hij rolt zich gauw op tot een glanzend zwart
balletje, die door onze gids lachend wordt opgegooid.
Tegen het middaguur beginnen we aan de laatste etappe van onze
reis. We gaan verder oostwaarts richting Foulepoint, vanwaar
we morgenochtend de boot zullen nemen naar ons einddoel; île
Sainte Marie. Het gebied dat we doorkruizen is aangenaam, rustig
en doet een beetje Zuid-Amerikaans aan met veel bananen- en
palmbomen. Hier wordt fruit verkocht, véél fruit,
en we stoppen om wat lychees te kopen. Deze zijn verpakt in
fraaie gevlochten manden. We kopen zo'n mand - 4 kilo lychees
- en rekenen daar 30 eurocent voor af. Inmiddels dromt er een
massa dames met manden samen rond de auto. Ze willen op de foto.
Hun mond valt open van verbazing als ze van Dyna horen wat we
in Nederland zouden moeten betalen voor zo'n baal lychees. Plots
verslapt de aandacht – wat verderop stopt een Taxibrousse.
Nieuwe klanten dus, en de dames maken zich uit de voeten.
 |
| Parson's Kameleon |
We passeren iemand die met een gestrekte arm een beest aan zijn staart vasthoudt; het is een rat, maar een wel hele grote; ik schat het lijf op ruim 50 centimeter! Het moet de Giant Jumping Rat zijn geweest, alweer zo'n merkwaardig dier dat alleen in Madagascar voorkomt. Gelukkig is het niet bedreigd.
Deze weg is een doorvoerroute voor goederen van en naar de haven van Tamatave. Er wordt voornamelijk benzine getransporteerd. Er rijden grote trucks en het is gezien de staat waarin sommigen verkeren niet verwonderlijk dat er veel mis kan gaan. In korte tijd zien we meerdere verongelukte trucks, waarvan er een met oplegger en al is gekanteld.
Er groeien hier overal travellerpalms, met takken die groeien als een waaier - tevens het symbool van de nationale luchtvaartmaatschappij.
 |
| brug bij Toamasina (Tamatave) |
Tegen vieren arriveren we in Toamasina (Tamatave), Madagascar's
grootste havenstad. Het is tevens een populaire vakantiebestemming
voor de Malagasy. Even twijfelen we of we de nacht hier zullen
doorbrengen maar besluiten toch maar door te zetten naar Foulepointe.
Als we daar aanbelanden betrekken we een sfeerloze maar goedkope
bungalow, Le Gentil Pecheur. We werpen een blik in de keuken
van het resort en zijn bij dat we hier niet eten vanavond. De
hele keuken is zwart en ziet er smerig uit. Desalniettemin zijn
er minstens 2 busladingen Franse toeristen die hier wel eten.
Met lange gezichten zien we ze kip met groente eten.
Nadat Dyna ons eerder deze reis zo gepassioneerd vertelde over
de kreeften van Foulepointe, hebben wij hem uitgenodigd voor
een maaltijd. Dus regelt hij vanavond kreeft voor 3 personen.
Om 8 uur belanden we op een rieten matje in het zand waar 4
jongens op een minuscule barbeque kreeften voor ons grillen.
Het is een mand vol, ik tel er een stuk of 10. Daarbij wordt
cocopunch geserveerd, kokosmelk met rum, en het is heerlijk.
Elk engels woord dat we met Dyna wisselen wordt door de jongens
voortdurend herhaald, dus geven we ze een korte engelse les.
We leren ze woorden als bottle, spoon en plate. De honden gaan
aan de haal met de lege kreeften en wij doen voldaan onze bungalow
aan.
|