Dag 18. Rosina from Hell
Om 7 uur gaan we op weg naar de haven van waaruit we de boot richting îIe Sainte Marie zullen nemen. We hebben nog geen idee van het hachelijke avontuur dat ons die dag te wachten staat..
 |
| oostkust van Madagascar |
Ik had mij een heuse haven met een fatsoenlijke veerboot voorgesteld, maar de werkelijkheid is anders. De 'haven' blijkt te bestaan uit een doodlopend zandpad met aan het eind wat aanelkaar geknoopte vlonders. Er stapt iemand bij ons achterin de auto en hij verkoopt ons de kaartjes voor de boot, à 3 euro 50. Onze boot is de Rosina II, zegt hij, en zal rond half 10 vertrekken.
Maar eerst moet ons bezoek aan îIe Sainte Marie worden geregistreerd. We bezoeken een morsig kantoortje waar een jonge militair onze paspoort gegevens noteert in een schoolschriftje.
We drinken een colaatje en nemen afscheid van Dyna. Wanneer
ik het toilet bezoek, gelegen achter de bar, stoot ik per ongeluk
een petje van een tafel. Eronder ligt een blinkende revolver.
Zijn wij even blij dat we onze drankjes netjes hebben afgerekend!
We wandelen naar het platform en zien daar een piepklein blauw-wit houten bootje, aangedreven door twee buitenboordmotoren. Het is de Rosina II. Ik schat dat er plaats is voor hoogstens 10 mensen. Onze bagage hebben we al aan boord gebracht. Men is bezig een ontzagwekkende lading goederen in te laden; kratten bier, aluminium golfplaten, balen brandhout, vaten benzine, kippen, tientallen dozen en ontelbare manden met fruit. Je kunt het zo gek niet bedenken of het wordt in het bootje gepropt, die nu vervaarlijk diep in het water is komen te liggen. Als we denken dat er ècht niets meer bij kan en we kunnen vertrekken, arriveert er doodleuk nog een vrachtwagen. Hij wordt een half uur lang uitgeladen en jawel, ook deze hele vracht gaat mee in het bootje.
 |
| de haven van Saonierana-Ivongo |
Eindelijk komt het sein dat we in kunnen stappen. Ik tel in totaal 15 passagiers waaronder één fransman en 12 malagasies. Daarnaast zijn er nog de kapitein en een handvol matrozen. Als we goed en wel zitten wordt er nog een baby naar binnen getild en ik krijg een klein jochie op m’n schoot. In m’n vrije hand krijg ik een bakje yoghurt met een lepel. Het ventje nestelt zich tegen me aan en kijkt me verwachtingsvol aan. Honger? Dus zit ik het kind lepeltjes met yoghurt te voeren.
De mensen krijgen reddingsvesten aan en de boot zet zich met
veel kabaal in beweging. Waren de Malagasies nog druk aan het
lachen en babbelen voordat we vertrokken, nu zijn ze allemaal
muisstil en kijken angstig. We merken al gauw waarom: de zee
blijkt een ongekende woestenij met metershoge golven.
Nu begint de ellende pas goed. De boot kraakt en piept en gaat vervaarlijk op en neer en heen en weer (ik moet aan het liedje van drs. P denken). Er slaan enorme golven water naar binnen. Ik ben drijfnat, het kind op mijn schoot is drijfnat en het zelfde geldt voor alle bagage. We ademen allemaal onophoudelijk stinkende benzinewalmen in. Rondom ons geven mensen voortdurend over in plastic zakjes of emmers. Het jongetje op mijn schoot heeft zich stevig aan mij vastgeklemd en laat niet meer los. Hij geeft geen kick, maar zijn ogen staan wijd open van angst. Zijn yoghurt ligt inmiddels ergens op de grond. De fransman slaat voortdurend schietgebedjes.
De golven zijn zo hoog dat we telkens nèt niet omslaan. Ik vermoed dat geen van de locals kan zwemmen en er schieten mij dan ook allerlei doemscenario's door het hoofd. Ook mijn buik begint nu op te spelen. Ik wurm me nu toch maar gauw in mijn reddingsvest maar tot overmaat van ramp blijkt die kapot te zijn. De gehele boot staat doodsangsten uit. De enige die schik heeft is de eigenaar van de boot, die tussen ons in zit. Hij drinkt bier en moet telkens keihard lachen als ik weer 's een plens water over me heen krijg.
 |
| Rosina II |
We beleven zo twee lange, helse uren totdat we eindelijk rustiger water bereiken. Tegen alle verwachtingen in meren we toch nog heelhuids aan op îIe Sainte Marie. Dit eens, maar nooit meer, denken we terwijl we rillend op onze bagage wachten. Achteraf lezen we een uitgebreide waarschuwing in de Lonely Planet. De Rosina II wordt zelfs met naam genoemd ! De boot is alleen een optie bij volkomen kalm vaarwater, maar dient te allen tijde vermeden te worden bij de minste rimpeling in het water. Er is tenminste één persoon verdronken (en deze gids is inmiddels al 4 jaar oud).
'It better be worth it' denken we dan ook. We hadden thuis
in Nederland al een kruis gezet in de gids bij hotel Lakana maar
we weten niet meer waarom. De fransman raadde het ons aan en
er blijkt ook nog eens een 4wd van dit hotel klaar te staan
voor gratis transport. Dat moet wel goed zijn, denken we. De
vrachtwagen die in de boot was geladen blijkt proviand voor
dit hotel en wordt in de pickup geladen. Het zijn hoofdzakelijk
dozen zuidafrikaanse wijn, dus de keuze is gemaakt.
Het blijkt de juiste keuze. We arriveren in een hemels resort, met overal luie stoelen, kussens en comfortabele bungalows pal aan een paradijselijk strand. We worden welkom geheten met een drankje. Dit resort wordt gerund door een uiterst vriendelijke fransman die wéét wat toeristen willen. Onze bungalow staat letterlijk aan de Indische Oceaan, met de branding die tot 50 cm voor de deur komt. Overal liggen exotische schelpen en ik ontdek een stel van 10 kilo zwaar.
We beseffen dat dit alles de helse trip is waard moet zijn geweest. We zullen onze laatste 5 nachten hier met plezier slijten, ook al zijn we weer ’s de enigen.
|