|
Dag 5. Marojejy National Park
De volgende ochtend worden we vroeg opgehaald door Eric in een
stoere jeep en gaan we op weg naar Marojejy National Park. Onderweg
vertelt Eric nog eens over zijn frustraties rond Tavy;
rond de verkiezingen bereikt de zo gehate slash & burn methode
een hoogtepunt (of beter gezegd een dieptepunt) omdat de overheid
te druk is met campagne voeren en geen tijd heeft voor gedegen
controles; vrij spel dus. In Madagascar geldt de vreemde
regel:
het land dat je kapt en plat brandt, wordt automatisch je eigendom.
Een vorm van schaamteloze landjepik dus. Eric doet zijn best
hier iets aan te doen, maar dat wordt hem niet in dank afgenomen.
Paul, een "peacecorps
volunteer" die verantwoordelijk
is geweest voor het in kaart brengen en toeristisch ontwikkelen
van dit gebied (hij heeft ook de website gemaakt) moest zelfs
worden geëvacueerd nadat hij de namen van illegale Rozenhout
handelaren had doorgespeeld aan de overheid. Maar vandaag de
dag schijnt de rust te zijn wedergekeerd en profiteren de mensen
hier van de toeristen die dit unieke gebied bezoeken.
Marojejy
is een ruig berggebied van 60.000 hectare
primair regenwoud. Eén van de 25 meest
bedreigde diersoorten ter wereld, de Silky Sifaka, houdt
hier huis. Het dier is pas in 2000 voor het eerst gefotografeerd
en het eerste gedegen onderzoek naar deze lemuur vond plaats
in 2001 door PBS voor het programma Nova.
Dezelfde gidsen die de expeditie toendertijd leidden gaan vandaag
met ons mee op pad. We hebben 5 man mee: Een gids genaamd Desire,
een Sifaka tracker genaamd Nestor, twee dragers en
een kok.
De jeep brengt ons tot we niet verder kunnen en vervolgens steken
we te voet een rivier over. Het laatste dorpje wat we tegenkomen
heet Mandena. Het is zeer exotisch gelegen in een vallei aan
de voet van het Marojejy massief. Het begint zachtjes
te regen maar al gauw begint het te plenzen en wordt alles
nat. Er valt hier 7 meter regen per jaar en dat zullen we merken
ook, ook al is dit normaal gesproken de droogste periode
van het jaar. Na 4,5 kilometer lopen bereiken we de ingang van
het park en zijn we blij als we even onder een afdakje
kunnen schuilen. Ondanks de Poncho's zijn de meeste spullen doorweekt.
We gaan verder op weg naar Kamp 1, nog eens 4 kilometer verder en we beginnen
dwars door het regenwoud aan een fikse klim omhoog. Het blijft maar regenen
en dat maakt het niet alleen onaangenaam, maar het maakt het onmogelijk foto's
te maken van deze prachtige omgeving.
We bereiken Kamp 1 maar we moeten verder,
zegt Desire onze gids, want we moeten overnachten in Kamp 2, nog eens anderhalf
uur verder en flink hoger gelegen. Ik stel voor tenminste even te pauzeren om
op adem te komen, waarna we beginnen aan de zware klim naar kamp
2.
Kamp 2 bestaat uit enkele hutjes en tegen een stijle rotswand is een houten
kampement gebouwd waar wordt gekookt en gegeten. Eindelijk zijn we er, doorweekt
en met hevig bloedende voeten van de bloedzuigers. De droge kleren in de rugzak
zijn nat - werkelijk niets is droog gebleven en we proberen boven de pannen
nog iets te drogen. Er zijn zebu steaks gebakken en wanneer de dikke wolken
even uit het zicht verdwijnen is daar ineens het adembenemende uitzicht op de
torenhoge Marojejy piek.
Onze laatste opgave is het hutje droog bereiken
met onze eindelijk opgedroogde spullen. Als het blijft regenen (het komt nog
steedsmet bakken uit de hemel) zullen we de nachtwandeling over slaan en zullen
we nog maar moeten zien of we de Sifaka zoektocht morgen kunnen ondernemen..
|