|
Dag 6. Marojejy National Park
Na een korte nacht in het zompige, vochtige hutje van kamp
2 blijkt het - goddank - te zijn opgehouden met regenen.
Eindelijk kunnen we de omgeving een beetje in ons opnemen.
De wereld moet er zo miljoenen jaren geleden uit gezien hebben:
pieken, watervallen en ongerepte oerbossen. Het enige
wat onbreekt zijn de Pteranodons die om de top van de berg
cirkelen. Van alle plekken die we in Madagascar hebben gezien,
spreekt deze het meest tot de verbeelding wat de omgeving
betreft. Het wildleven is iets minder zichtbaar, hoewel.. Ringstaart
Mangoesten komen op de geur
van het ontbijt af en er zit er eentje voor ons hutje.
Nestor
is de bergen in getrokken om de Silky Sifaka troep op te sporen
die in een 40 hectare groot gebied rond het kamp zwerven.
Al gauw klinkt er een roep; ze zijn gespot. Nog zonder te
hebben ontbeten haasten we ons het bos in en maken een loodzware
klim omhoog. Na een tijdje zien we ze: spierwitte Silky's,
sommigen met jong op hun rug. Volgens velen is dit de mooiste
van alle lemuren en tevens de meest zeldzame; hij komt alleen
voor in Marojejy en het aangrenzende park Andjanaharibe-Sud.
Ze bestaan niet in gevangenschap.
We observeren de spookachtige
dieren met hun lange benen een hele tijd waarna we terug lopen
naar het kamp. Onderweg komen we Paul tegen, een Britse bioloog
die onderzoek doet naar vlinder- en mottensoorten. Met zijn
vlindernetjes vangt hij ze en brengt ze vervolgens in kaart.
Heeft hij nog een nieuw diersoort ontdekt? Jazeker, een nieuwe
vlinder. Als het inderdaad blijkt te gaan om een nog niet
ontdekte soort dan mag hij de naam voor het dier bedenken.
Na wat ontspannen en genieten van het prehistorische uitzicht
gaan we op weg terug naar Kamp 1 (we houden de klim naar het
hoge kamp 3 voor gezien) en nu het droog is en we niet klimmen
maar dalen gaat het een stuk eenvoudiger dan op de heenweg.
In Kamp 1 zijn we de enigen en onze kokkies bereiden een maaltijd
voor.
Na een geweldige malse zebusteak lopen we naar de 900
meter verderop gelegen Cascade d'Humbert en krijg
opnieuw een hevige bloedzuiger aanval te verduren. Wanneer
je ze niet op tijd verwijdert zuigen ze zich vol met je bloed
en zwellen op tot wel 40 keer hun eigen proporties. Bovendien
injecteren je ze met een anti-stolsel waardoor je bloed
nog uren blijft stromen. In China geruiken ze bloedzuigers
dan ook medicinaal om het bloed te reinigen.
We bereiken Humbert's
waterval, vernoemd naar de Fransman Henry Humbert die dit
gebied in 1948
ontdekte en liet beschermen. Jaren was het slechts toegankelijk
voor wetenschappers, totdat het in 1998 uiteindelijk voor toeristen
is opengesteld.
Op de weg terug nemen we een duik in het frisse,
heldere water tussen de rotsen van de rivier (dit water is
gewoon te drinken). Wat me verder opvalt in Marojejy is dat,
in tegenstelling tot campsites in de andere parken in Madagascar,
op een enkele Mangoest na, hier geen lemuren rond de keukens
hangen op zoek naar eten. Het motto hier is "keep
the wildlife wild". Er
hangen in de kampen bordjes met instructies en de gidsen dienen
al hun etenswaren netjes op te ruimen. Zo te zien wordt het
goed nageleefd.
's Avonds maken we alsnog een korte nachtwandeling. We
zien en horen ontelbare kikkers en zien oogjes
oplichten, hoog in een bamboeboom. De gidsen worden het
niet eens over wat het kan zijn; de oogjes zijn te klein voor
een Bamboe Lemuur en te oranje voor een Lepi Lemuur. Zou het
de Aye Aye zijn geweest.....?
|