Dag 7. Marojejy - Antalaha
We brengen opnieuw een moeizame nacht door in de hutjes van
Kamp 1, de kuiten doen pijn en een verkoudheid speelt op. Zal
wel door de natte kleren komen.
Dan is het weer ochtend en na het ontbijt moeten we terug lopen
naar de ingang van het park, ruim 4 kilometer. Het valt niet
mee met de spierpijn om nog zo'n 4 uur te lopen en opnieuw ontzien
de bloedzuigers ons niet. Gelukkig regent het niet en worden
al onze spullen gedragen. Na 4 pittige uren bereiken we de ingang
van het park. We rusten even uit maar worden direct aangevallen
door de muggen en gaan dus verder, nog eens
5 kilometer verder richting Mandena. Op dit soort momenten vraag
je je wel eens waar je in godsnaam mee bezig bent, maar wanneer
we eenmaal Mandena bereiken - werkelijk een prachtig dorpje
- met alle vrolijke mensen en rennende kinderen die "Salut
Vazaha" naar ons roepen
- is het humeur direct opgeklaard.
We sjokken nog een uurtje
door tot we de bewoonde wereld weer bereiken. We drinken met
de jongens een warme cola. Ineens komt Eric in z'n jeep voorbij.
Ik steek m'n duim op om mee te liften maar hij rijdt door
en roept in het voorbij gaan iets over koud bier...
We passeren een schooltje dat bestaat uit 2 lokaaltjes
en een toilet. Het schoolhoofd komt naar buiten en verwelkomt
ons. Alle kids in het klasje gaan prompt staan en
roepen keurig in koor "bonjour
madame!" De leraar
geeft uitleg over de lessen die hij geeft.
Wanneer
we eindelijk de
receptie van het park bereiken blijkt Eric ons op te wachten
met een lunch en.. ijskoud bier! Ik verklaar hem tot God en
zeg nog iets als "cream on the pie" waarna we ons
storten op het koude bier en een heerlijke pasta salade.
Na
een uur genieten met Eric en zijn jongens, die allemaal nog
even op de foto willen, lopen we nog even terug naar het schooltje
om een lading mee gebrachte kleurpennen aan het schoolhoofd
te geven. Desire is mee gekomen en drukt de kids nog eens op
het hart hoe belangrijk het is de natuur lief te hebben en het Marojejy
Massief voor altijd te beschermen. De kinderen dreunen het vlekkeloos
op. Het ziet er dus naar uit dat Marojejy ook voor het nageslacht
bewaard zal blijven, met dank aan mensen als het schoolhoofd,
Eric en Desire.
Het is tijd om te vertrekken en met pijn in
het hart gaan we met Jean Claude op weg, die prompt een tape
met treurige country liedjes opzet, een bandje wat hij de komende
3 uur blijft draaien. Met de Renault 4 rijden we naar Antalaha, gelegen
aan de oostkant van het Masoala peninsula vanwaar morgen onze
vlucht terug naar Tana gaat. Een rit van 3,5 uur.
Eenmaal in
Antalaha stoppen we bij hotel Chez Nanie maar dit hotel ziet
eruit alsof het al 2 jaar leeg staat en het personeel varieert
van ongeïnteresseerd tot onbeschoft. Dus slaan we de Lonely
Planet open en vragen Jean Claude ons naar hotel Momo Beach
te brengen. Het blijkt een schitterend reusachtig hotel pal
aan zee met luxe bungalows en prachtig ingerichte ruimtes. Ziels
alleen (er is ruimte voor wel 100 man maar we zijn wederom de
enigen) nuttigen we kreeft en een fles franse witte wijn en
gunnen onze zere beenspieren de nodige rust.
(NB: Later horen we dat de eigenaar van Momo Beach veel gebruik
maakt van tropisch hardhout en onder andere betrokken zou zijn
bij handel in illegaal hout - ik kan het dus niet aanbevelen.)
|