|
|
|
1 |
2 |
3 |
4 |
5 |
6 |
7 |
8 |
9 |
10 |
11 |
12 |
13 |
14 |
15 |
16 |
17 |
18 |
19 |
20 |
21 |
22 |
23 |
24 |
25 |
26 |
27
|
Dag 11. Andohahela National Park
's Ochtends om 7 uur worden we opgehaald door Jerome in een rammelende
minibus, bestuurd door een bejaarde chauffeur, en beginnen onze
rit naar Parque National Andohahela. Het park staat bekend om
z'n kurkdroge spiny forest wat via een bufferzone overloopt in
regenwoud. De weg erheen is in belabberde staat. Hij was ooit geasfalteerd
maar lijkt nu wel een maanlandschap. De ouwe minibus hotst en botst
door de kuilen.
Het hete zuiden is erg arm, er groeit hier niets dan mais en maniok. Groente
is er niet en water is zeer schaars. Zeer jonge kinderen, niet ouder dan 10,
zijn in de kokende zon bezig de diepe gaten in de weg te dichten. Het is hun
manier om een centje te verdienen en rekenen op een fooitje van de
chauffeurs van de toeristen busjes, met name die naar Berenty pendelen.
Wat Berenty betreft, het is de voornaamste, zoniet de enige attractie
in Madagascar die massaal toeristen van over de hele wereld trekt
en wereldberoemd is. Als je lemuren op TV ziet in een documentaire,
dan is de kans groot dat ze zijn gefilmd in Berenty. Het reservaat
wordt beheerd door de rijke Jean de Haulme, een monopolist die
tevens 3 hotels bezit. Wanneer je naar Berenty wilt ben je verplicht
in een van zijn hotels te slapen en met zijn dure minibus naar
het park te reizen. Kom je met je eigen taxi, dan mag je er niet
in. Een nachtje Berenty inclusief vervoer kost ruim 280 euro per
persoon. Er zijn dan wel heel veel lemuren te zien, maar sommigen
zijn ziek (kaal)
doordat zij eten van een giftige boom die door de Haulme is geïmporteerd.
Ook wilde hij olifanten, struisvogels en gorilla's naar zijn park
halen (hier stak de overheid gelukkig een stokje voor) en plukt
hij lemuren weg uit andere reservaten. Kortom, een
hoog zoo-gehalte, massa toeristisch en duur, dus niets voor ons.
Na een lange rit bereiken we de ingang van het park en beginnen
een wandeling door het snikhete en gortdroge park. Er staan dikke
baobab bomen en opmerkelijke planten die nergens anders ter wereld
groeien, maar het is vooral héét. We lopen die dag dik 4 uur door
de hitte en we zien geen lemuren. Het is loodzwaar en zijn aan
het einde van de dag kapot. Het was de lange rit niet echt waard.
Ik ben mijn zonnebril verloren ergens bij de ingang en we rijden
er heen, en lopen een stuk het park in maar geven het na een
tijdje op. Jerome en de parkbeheerder lopen echter nog een stukje
door en vinden niet alleen mijn zonnebril, maar ook een troep witte
Sifaka's. Daar krijgen wij dus niets van te zien.
Op de terugweg aan de rand van het park zien we nog wel een troep ringstaartlemuren
op de weg. Het is inmiddels donker, rijden dik 2 uur terug, zien spectaculaire
wolkenstapels gevuld met bliksem en pas na achten zijn we terug bij het hotel.
|
1 |
2 |
3 |
4 |
5 |
6 |
7 |
8 |
9 |
10 |
11 |
12 |
13 |
14 |
15 |
16 |
17 |
18 |
19 |
20 |
21 |
22 |
23 |
24 |
25 |
26 |
27
|
|
|