Na een nacht in de muffe hotely worden we al vroeg gewekt door
de lawaai van het dorp. Bij het openen van de deur stoten we
haast een stellage met koopwaar omver; pal voor onze deur is
een vrouw kleding aan het verkopen.
Er arriveert een taxi brousse en er is plaats
voor ons, dus besluiten we de laatste 20 kilometer hiermee af
te leggen. We doen er haast 2 uur over en moeten diverse keren
uitstappen zodat de auto zonder passagiers een van de krakende,
levensgevaarlijke bruggetjes over kan steken. Twee keer wordt
de auto met een pont een rivier over gezet.
Tegen 11 uur komen we dan eindelijk
aan in Mananara. Het ruikt er overal naar kruidnagel, een weeïge
geur die na een tijdje op rottend fruit gaat lijken. We betrekken
hotel Chez Roger, van een malagasy eigenaar. Roger is tevens
de eigenaar van Aye Aye eiland, wat we later nog willen bezoeken.
Er is elektriciteit, koude drank en een douche in onze kamer
- want een luxe!
's Middagse wandelen we naar Aye Aye hotel - pal tegenover het
vliegveld, dat sinds Juni dit jaar is gesloten wegens een te
slechte conditie van de landingsbaan. In hotel Aye Aye zien
we enkele bamboelemuren ravotten in een openstaande auto en
2 bruine lemuren stoeien met een hond. We raken aan de praat
met Carine - de franse eigenaresse die hier woont met haar man
en 2 kinderen. De lemuren zijn hier heen gebracht (verkocht)
door lokalen die ze als jong uit het regenwoud hebben gehaald
tot ze er genoeg van kregen. Hier slijten de dieren hun pensioen.
Ze worden
graag aangehaald en wanneer we met een glas bier naar het dier
lopen begraaft hij zijn hoofd letterlijk in het glas en slurpt
van het bier. Aye Aye zit vandaag vol - een groep van 18 rijke
Amerikanen reist per speedboat morgen door naar Maroantsetra
- maar morgen is er weer plek, dus willen we morgenochtend verkassen.
Die avond proberen we
Le Port - een nieuw restaurant annex hotel waar volgens Carine
goed chinees kan worden gegeten. We nemen plaats aan een tafeltje,
de chinezen die buiten eten kijken niet op of om en na en tijdje
deelt een serveerster ons mee dat er niet kan worden gegeten.
Dus gaan we maar weer terug naar Chez George en wachten hier
- mora mora - op ons avondmaal.